16 september 2021

Het afvoegen van metselwerk is nog altijd een goed Nederlands gebruik. In het buitenland zal je het uitkrabben van vers metselwerk om er daarna een (sier)voeg in aan te brengen niet heel vaak meer tegenkomen. In onze Nederlandse bouwwereld hebben we een behoorlijk aantal schademechanismen ontwikkeld die je gerust uniek zou kunnen noemen. Voegen, en het herstellen van voegwerk, is een ambacht (en soms zelfs een kunst) dat, indien onvakkundig uitgevoerd, leidt tot vervelende gevolgen. Maar bij welke renovatie kom je deze ambachtslieden eigenlijk nog tegen? En wat moet je weten om jouw voegwerk duurzaam in stand te houden?

Cementmortel drukt stenen kapot

Compatibele materialen

Dat je niet zomaar elke voegmortel in elke gemetselde gevel kan aanbrengen, is iets om rekening mee te houden. Een oorspronkelijk kalkgebonden voegmortel kan bijvoorbeeld vaak niet worden vervangen door een cementgebonden voegmortel. De afwijkende eigenschappen van een cementmortel (harder, sterker) ten opzichte de kalkmortel leveren een groot risico op het veroorzaken van schades aan het omringend voegwerk en bakstenen. Na enige tijd blijven soms alleen de voegen nog over. Dit doordat de voorzijden van de zachte stenen worden afgedrukt ten gevolge van thermische uitzetting van de hardere voegen. Van de wal in de sloot dus.


Mortelsamenstelling bepalen

Een laboratoriumonderzoek naar de samenstelling van de toegepaste mortels en stenen levert een goed beeld op van de (on)mogelijkheden bij noodzakelijke reparaties. Ook voor vocht verzadigd metselwerk kan op deze wijze een (voeg)oplossing worden gevonden om de constructie beter te laten “ademen” (en zodoende het schadelijke vocht weg te ventileren). Dit is met name van belang om te voorkomen dat het metselwerk bij vorst onherstelbaar beschadigd raakt (waarbij schollen baksteen en voegwerk door ijsvorming uit de muur worden gedrukt). Kortom, kies de juiste voeg voor de juiste gevel.

Hydrofoberen vs. hechten

Buiten de standaard richtlijnen (bijvoorbeeld de CUR-Aanbeveling 61) dient men ook de bestaande situatie goed te blijven lezen. Bijvoorbeeld wanneer een gevel in het verleden al blijkt te zijn gehydrofobeerd, is dat een reden om (kleine) alarmbel te laten afgaan. Het kan namelijk zijn dat niet de gevel als vlak is gehydrofobeerd, maar dat de individuele stenen fabrieksmatig zijn voorbehandeld. Door het fabrieksmatig dompelen van de stenen in een bad met hydrofobeermiddel zijn dan ook de zijkanten van de stenen voorzien van een waterafstotende laag en zal een nieuwe voegmortel daar vervolgens niet op hechten. Het gevolg is dat de voegmortel alleen aan de achterliggende metselmortel hecht en dat er overal rondom de stenen, via minuscule scheuren, gelegenheid wordt geboden aan vocht om in het metselwerk te dringen. Terwijl dat dat nou juist niet de bedoeling was.

De moraal van de voeg

En dan nu de moraal van dit verhaal; voegwerk is natuurlijk geen “rocket science” maar wel vakwerk. Het vergt een getrainde blik bij het bepalen van herstelmaatregelen en ook kundige ambachtslieden om dat herstel op de juiste wijze uit te voeren. Raadpleeg dus voor een duurzaam gezonde en veilige gevel de juiste vakmensen. Tot zover mijn pleidooi voor een uniek, maar vaak ook onderschat, ambacht.

Lesly Ignatius

Fotoalbum