27 augustus 2020

Zakkingen en scheefstanden van gemetselde gevels kunnen indicatoren zijn voor problemen met oude funderingen. Wanneer een fundering bezwijkt, valt er immers vaak eerst een deel van de gelijkmatig verdeelde ondersteuning onder een muur weg. Scheuren in de gevels op deze locaties zijn een eerste aanwijzing dat er iets mis is. Met funderingsonderzoek fase 1 kunnen wij dit daadwerkelijk duiden en visueel maken.

scheefstand gevel fundering onderzoek risico

Fase 1 van een funderingsonderzoek behelst dan ook geen gespit in de grond maar voornamelijk metingen ter plaatse (scheurmetingen, lintvoegwaterpassingen, vloerveldwaterpassingen en loodmetingen). Met andere woorden; gericht onderzoek door verschillende specifieke metingen die allen gecombineerd een snelle indicatie van aanwezige (of afwezige) risico’s opleveren. 

Funderingsonderzoek

Eerst wordt een visuele inspectie uitgevoerd naar gebreken in de gevels die mogelijk kunnen duiden op funderingsproblemen. Scheuren worden aangetekend en ingemeten. Daarna worden lintvoegmetingen uitgevoerd met behulp van een digitaal vloeistofwaterpasinstrument waarna op regelmatige afstanden verticale loodmetingen/scheefstandsmetingen van de gevels worden gedaan met een lange digitale waterpas. Als laatste worden vloerveldwaterpassingen van een representatieve vloer ingemeten om iets te kunnen zeggen over eventuele zakkingen van gefundeerde bouwmuren.


De resultaten van de lintvoegwaterpassingen worden weer­gegeven in zakkingswaarden ten opzichte van het nulpunt (het hoogstgelegen punt van de meetreeks). Gemeten scheefstanden van gevels (optredende rotaties tussen de meetpunten) worden per meetpunt weergegeven en voorzien van een kleurcode. Hierbij worden de beoordelings­criteria, uit de F3O-richtlijn 'Onderzoek en beoordeling Houten Paalfunderingen onder gebouwen' voor zakkingswaarden en rotaties aangehouden als algemeen geaccepteerde duiding. Op een overzichtstekening (veelal een plattegrond van de begane grond) worden vervolgens de meetwaarden ten opzichte van elkaar (en ten opzichte van het geheel aan metingen) helder inzichtelijk gemaakt.

De combinatie van alle meetgegevens en een bureaustudie van de archieftekeningen levert een beeld op van de zettingen van het gebouw en vormen een basis voor verdere besluitvorming. Samen met een constructeur kan nu worden bepaald of het ook noodzakelijk is (en/of wenselijk is met betrekking tot het bepalen van een handhavingstermijn) om fase 2 van het funderingsonderzoek uit te gaan voeren.

Risico’s nemen vs. risico’s beheersen

Bij initiatieven met vastgoed is het goed om vooraf de technische staat te bepalen. Of het nou om beheer, onderhoud, renovatie, revitalisatie, transformatie, aankoop of verkoop gaat, met een risicogestuurde (onderhouds)inspectie heb je meer duidelijkheid over hoe een gebouw er echt bijstaat. Een beperkt (fase 1) funderingsonderzoek geeft daarbij al snel een indicatie van eventuele problemen met de fundatie. Niet alleen de fundatie onder je gebouw maar dus ook de fundatie onder je plannen met je gebouw. En daar wil je toch geen risico mee lopen?

Lesly Ignatius

Fotoalbum