4 december 2020

Het probleem met oude kelders in verschillende grote steden is dat de grondwaterstand in de afgelopen 100 jaar nogal is veranderd ten opzichte van het oorspronkelijke grondwaterpeil. Dit kan een gevolg zijn van bijvoorbeeld verbetering van het rioolwaterstelsel in een stad of de grootschalige onderkeldering. Het gevolg daarvan is dat keldervloeren die vroeger boven de grondwaterstand (dus ‘droog’) stonden, nu vaak volledig in het grondwater staan. Dit ‘nieuwe’ peil zorgt er in die gevallen voor dat de kelderbak permanent onder waterdruk staat. Zeker bij gebouwen waar in de loop der tijd aan is ‘geknutseld’ kan dit leiden tot aanhoudende narigheid met vocht. Niemand weet dan nog precies hoe een dergelijke kelder is opgebouwd en/of aangepast zodat lekwater via allerlei naden en kieren oncontroleerbaar door kan blijven dringen in de kelder. Wat is nu een goede aanpak die leidt tot een betrouwbare oplossing?

kelder metselwerk risico water constructieve veiligheid onderzoek blog

Plannen gewijzigd  

Een kelder van een winkelpand in onze hoofdstad was onderdeel van een al opgestarte verbouwing waarbij deze zou moeten gaan dienen als opslagruimte voor goederen. Echter, de kelder stond al geruime tijd blank en pogingen om de kelderwanden te injecteren hadden niet geholpen dit euvel te verhelpen. Dus is alsnog tijdens de verbouwing een nader onderzoek gestart.

Onderzoek op locatie

Uit archieftekeningen bleek deze kelder te zijn ontworpen met een verdiepte betonnen kelderbak met half opstaande wanden tussen de bouwmuren (van de naastgelegen panden) en deels gemetselde voorzetwanden. In het werk werden ook nog houten voorzetwanden en keramische afwerkingen op metselwerk aangetroffen. De vele vochtplekken, schimmels, zoutkristallen op de voegen tussen de tegels en ernstige corrosie van stalen draagbalken in de bovengelegen vloer getuigden al van een overmatige vochtbelasting van de wanden.

Bij nader destructief onderzoek (door middel van kernboringen) bleek dat de ruimte tussen de voorzetwanden en de betonnen kelderbak slechts plaatselijk gevuld was met (zeer grof) beton. Niet gevulde ruimtes waren volledig volgelopen met grondwater (na het boren werd een sterke zwavelwaterstofgeur waargenomen). Niet heel vreemd dus dat de eerdere pogingen om de kelderwanden te injecteren niet succesvol waren geweest.

De afwerklaag van de keldervloer bleek te zijn opgebouwd uit zes verschillende lagen mortel en asfalt waaronder de originele betonvloer nog aanwezig was. Alle lagen zijn waarschijnlijk ooit laag na laag aangebracht, elk in een ultieme poging de vloer waterdicht te maken. Uiteindelijk is dit mogelijk gelukt maar was de aansluiting in de kim (de naad tussen vloer en wanden) de bottleneck waardoor de vloer toch steeds maar blank bleef staan.

Duur(zaam) herstel

Een advies voor het vervangen van de voorzetwanden door een waterdicht (betonnen) alternatief en het specifiek injecteren van de kim is uiteindelijk uitgevoerd. Dat bij het verwijderen van de voorzetwanden meer ernstige aantastingen van stalen onderdelen en metselwerk tevoorschijn kwamen heeft de noodzaak van het uitgevoerde nader onderzoek eigenlijk alleen maar onderstreept. Met het plakken van pleisters waren deze serieuze bedreigingen voor het duurzaam gebruik nooit aan het licht gekomen en onbeheerst blijven bestaan (waarmee ‘de kat’ letterlijk ingemetseld zou blijven). Nu de juiste herstellingen zijn gedaan kan de kelder, doordat het risico op falen is weggenomen, weer onbezorgd en duurzaam veilig worden gebruikt. Dat deze noodzakelijk ingreep de post onvoorzien van het verbouwbudget heeft opgeslokt is ondertussen alweer bijna vergeten…

Lesly Ignatius

Fotoalbum