Om de eventuele aanwezigheid en mate van wapeningscorrosie in een constructieonderdeel te bepalen kunnen potentiaalmetingen worden uitgevoerd. Aan de hand van deze potentiaalmetingen, door middel van de zogenaamde halfcel-methode, kan in een vroegtijdig stadium wapeningscorrosie worden gelokaliseerd, nog voordat deze schade heeft veroorzaakt.

Op één locatie wordt wapening vrijgemaakt als aanpikpunt voor de meting. Van dit aanpikpunt wordt de referentiewaarde bepaald. Na uitvoering van de meting, hierbij is het belangrijk dat de wapening continue is, worden de waarden beoordeeld en wordt gekeken naar sterk afwijkende waarden, ten opzichte van de referentiewaarde.

Als referentiepunten worden op enkele locaties de wapening vrijgemaakt (meestal de meest positieve en negatieve meetresultaten ten opzichte van de referentiewaarde van het aanpikpunt) waarna de mate van corrosie visueel is vastgesteld. Deze waarnemingen worden vergeleken met de resultaten van de potentiaalmetingen. Op deze manier kan redelijk nauwkeurig de kans op de aanwezigheid van corrosie worden bepaald die optreedt bij bepaalde potentiaalwaardes.

Het bepalen van deze referenties is essentieel voor het uitvoeren van betrouwbare metingen aangezien de resultaten van de potentiaalmetingen erg gevoelig zijn voor allerlei omgevingsinvloeden en materiaaleigenschappen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: luchtvochtigheid, ligging van de wapening, eventueel aangebrachte reparaties, verschillende (reparatie)mortels, temperatuur enzovoort.

Aan de hand van de gemeten potentiaalwaarden en de referenties wordt dan een uitspraak gedaan over de corrosieactiviteit ter plaatse van de uitgevoerde metingen.

Fotoalbum

Deze producten maken gebruik van de Potentiaalmetingen