Tijdens het uitharden van beton, vindt warmteontwikkeling plaats door hydratatie van cement. Deze warmte beïnvloedt gedurende de eerste dagen de temperatuur van de betonconstructie. Bij opwarming zetten materialen uit. Een betonconstructie zal tijdens verharding dus eerst willen uitzetten. Als de hydratatie langzaam verloopt, zal de betonconstructie na eerst te zijn opgewarmd, geleidelijk weer afkoelen en zal de betonconstructie weer verkorten.

Dit proces kan leiden tot trekspanningen en uiteindelijk tot (ongewenste) scheuren in het jonge beton. Daarnaast heeft de temperatuur tijdens het verharden een rechtstreeks verband met de eindsterkte. Hoe hoger de temperatuur, hoe lager de eindsterkte. Met kennis van de warmteontwikkeling kunnen koelings- en spanningsberekeningen worden gemaakt.

Om van nieuw te ontwikkelen betonmengsels te bepalen hoeveel warmte deze tijdens de uitharding gaan ontwikkelen (en dus welke maatregelen eventueel getroffen moeten worden) worden adiabaten gemaakt.

Het betonmengsel wordt volgens opgave (recept) aangemaakt en in een polystyreen kubusmal gestort. Deze mal wordt direct na het aanmaken in een speciale opstelling geplaatst. De afgesloten mal komt in een waterbad te staan. In het hart van het beton is een temperatuursensor aangebracht en ook in het waterbad is een temperatuursensor aanwezig. Beide sensoren worden gekoppeld aan een computer die beide temperaturen in tijd registreert. Ook zorgt de computer voor het aansturen van een koelings- en verwarmingselement in het waterbad, die ervoor zorgen dat de temperatuur van het waterbad continue gelijk is aan de temperatuur van de uithardende beton. De opwarming van het betonmengsel wordt dus niet beïnvloed door de omgevingstemperatuur. Gedurende minimaal zeven dagen wordt de meting uitgevoerd. Het resultaat is een grafiek waarin het temperatuurverloop van het betonmengsel is aangegeven.

Fotoalbum

Deze producten maken gebruik van de Warmteontwikkeling adiabaat