Bruggen en viaducten zijn meestal voorzien van dilatatievoegen die kleine bewegingen tussen rijdek en onderbouw mogelijk maken zonder dat er iets kapot gaat. Het gedeelte van de voeg waar het verkeer over rijdt noemen we de voegovergang.

Voegovergangen dienen altijd te worden beschouwd in samenhang met de wijze waarop het dek is opgelegd op de onderbouw. Het oplegsysteem bepaalt namelijk waar de bewegingen gaan optreden. De voegovergangen moeten dusdanig zijn ontworpen, dat zij deze bewegingen kunnen volgen.


Meervoudige voegovergangen

Bij grote verkeersbruggen zijn de optredende bewegingen tussen de boven- en onderbouw vaak te groot om op te nemen met een enkelvoudige voegovergang met één voegrubber. In dergelijke gevallen wordt vaak een zogenoemde ‘meervoudige voegovergang’ ingebouwd.

Meervoudige voegovergangen bestaan uit meerdere lamellen (parallelle staalprofielen) die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Zodoende wordt de beweging van het brugdek verdeeld over meerdere voegopeningen, zodat het verkeer veilig en comfortabel kan passeren.

Onder de stalen lamellen die in het wegdek zichtbaar zijn, bevindt zich een systeem van dwarsdragers die elk aan een andere lamel verbonden zijn. Door middel van druk- en stuurveren werkt de constructie samen als een geheel, zodanig dat bij het verlengen of verkorten van de brug de vervorming gelijkmatig wordt verdeeld tussen de lamellen.

Tijdige inspectie belangrijk

Grote bruggen met meervoudige voegen bevinden zich doorgaans in belangrijke verkeersaders, waardoor het bezwijken of niet goed functioneren van de voegen meteen tot grote verkeersoverlast leidt. Omdat meervoudige voegovergangen bewegende delen bevatten, zijn deze gevoeliger voor slijtage dan enkelvoudige voegovergangen. Daarom is het van belang dat periodieke inspecties plaatsvinden waarmee slijtage en degradatie tijdig in beeld worden gebracht, ruim voordat de voeg niet meer goed kan functioneren.

De specialisten van Nebest voeren deze inspecties uit. Daarbij wordt niet alleen gelet op slijtage en veroudering van de onderdelen, maar wordt ook beoordeeld of de voeg functioneert binnen de bewegingsruimte die in het ontwerp is vastgelegd. Voegovergangen zijn geen op zichzelf staande onderdelen, maar worden altijd beschouwd in samenhang met de oplegging van het brugdek op de steunpunten. Het oplegsysteem van de brug bepaalt welke bewegingen bij welke voeg gaan optreden en de voegovergangen dienen daarop te zijn afgestemd. Op basis van onze integrale inspectieresultaten en adviezen kan de beheerder van de brug tijdig onderhoud inplannen, zodat ongeplande afsluitingen kunnen worden voorkomen.

Wat kan er fout gaan?

Als de voegovergang normaal functioneert, treedt langzaam slijtage op aan de beweegbare delen. Deze delen zijn daarom ook vervangbaar. Waar voor de voeg als geheel een ontwerplevensduur geldt van 40 jaar, is het onderhoudsinterval van de vervangbare delen ongeveer 10 jaar. Daarvoor zijn echter wel verkeersafzettingen noodzakelijk. Met een gerichte technische inspectie kan het optimale onderhoudsmoment worden bepaald, zodat verkeershinder kan worden beperkt tot het noodzakelijke minimum. Het niet tijdig vervangen van onderdelen kan leiden tot schade aan de permanente delen van de voegconstructie, met als gevolg hoge herstelkosten en meer verkeershinder. Voor de beheerder is het daarom van groot belang om te beschikken over gedegen toestandsinformatie.

Er zijn ook gevallen bekend waarbij de voegovergang niet normaal kan functioneren omdat de door het brugdek opgelegde bewegingen groter zijn dan waarop de voeg is ontworpen. Grote bruggen zijn vaak complexe systemen, waarbij de werkelijk optredende vervormingen onder invloed van temperatuur en belastingen soms groter zijn dan in het ontwerp is aangenomen. Als de voegconstructie deze bewegingen niet kan volgen, ontstaat schade. In het uiterste geval kan dit ertoe leiden dat de voegovergang bezwijkt, waarbij hinder of gevaar kan ontstaan voor het verkeer. Ook hier kan een technische inspectie gebreken tijdig signaleren, voordat de schade onbeheersbaar wordt.

Naast het veilig en comfortabel laten passeren van het verkeer, dient een voegovergang ook waterdicht te zijn. Lekwater met dooizouten kan namelijk op de lange termijn schade veroorzaken aan de onderliggende constructie. Het herstellen van deze schade is vanwege de slechte bereikbaarheid altijd zeer kostbaar. In de praktijk merken wij vaak dat de voegspleten tussen de lamellen aan de bovenzijde onvoldoende worden gereinigd, waardoor deze eerder lekkage vertonen. Wanneer voegspleten vol vuil zitten kunnen de voegrubbers lek raken of los komen uit de klauwprofielen. Onze adviseurs dringen er daarom bij de beheerder altijd op aan om de voegovergangen tijdig te laten reinigen.

meervoudige voegovergangen


Opleggingen

Opleggingen vormen de schakel tussen de onderbouw en de bovenbouw van een brug of viaduct. Het volledige gewicht van het rijdek, inclusief verkeersbelasting, wordt via de opleggingen afgedragen aan de onderbouw.

Opleggingen hebben twee hoofdfuncties:

  1. Het overbrengen van krachten van het gedragen deel naar het dragende deel.
  2. Het toelaten van bewegingen tussen het gedragen en het dragende deel.

De eerste functie maakt opleggingen tot essentiële onderdelen van de constructie. Als de dragende functie niet langer vervuld kan worden, is de stabiliteit en de verkeersveiligheid van het kunstwerk direct in gevaar. De tweede functie zorgt ervoor dat opgelegde vervormingen, onder invloed van temperatuur en verkeersbelastingen, kunnen worden opgenomen zonder dat schade ontstaat.

Niet vergeten te inspecteren

Opleggingen bevinden zich vaak op lastig bereikbare plaatsen en zijn daardoor slecht zichtbaar. En dat terwijl ze minstens net zoveel aandacht verdienen als de rest van de constructieve delen. Een inspectierapport waarin staat ‘opleggingen niet bereikbaar’ is wat ons betreft niet af. Bij een risicogestuurde aanpak leidt ontbrekende informatie tot een verhoogd risico, omdat we de kans op gevolgschade niet kunnen afwaarderen. Als de constructieve veiligheid niet is aangetoond, is de beheerder van het kunstwerk niet ‘in control’. Door middel van een nader onderzoek kunnen we gericht informatie verzamelen om toch tot een beheerst risico te komen.

Wat kan er fout gaan?

Als opleggingen niet goed functioneren, kan dat leiden tot een gewijzigde krachtswerking die in het ontwerp niet was voorzien. Het kan zelfs voorkomen dat de oplegging volledig bezwijkt of van zijn plaats schuift. In dat geval is het rijdek niet langer ondersteund en kan een calamiteit ontstaan. Met een gerichte inspectie door onze deskundigen kunnen gebreken tijdig worden onderkend, voordat gevolgschade ontstaat.