Bij bijvoorbeeld brugdekken en landhoofden wordt het beton belast en ontstaan trekspanningen in het materiaal. De trekspanning die nodig is om het beton te doen splijten noemen we de splijttreksterkte. De splijttreksterkte is van belang bij nieuwe en bestaande kunstwerken, bij bijvoorbeeld een nieuwe of gewijzigde gebruiksintensiteit (belasting).

De splijttreksterkte wordt gemeten door een betonkubus of betoncilinder te belasten met een lijnlast. Het materiaal splijt hierdoor. Bij betonkernen gebeurt dit in de lengte van de kern. Voor deze meting wordt het proefstuk in een hulpstuk in een drukbank geplaatst. Op de bovenzijde en onderzijde van de kubus wordt een lijnvormige drukplaat aangebracht. Vervolgens wordt de belasting door deze drukplaten heen geleidelijk opgevoerd. De beproeving eindigt wanneer het betonmonster bezwijkt (splijt).

De bepaling van de splijttreksterkte wordt uitgevoerd conform de NEN-EN 12390-6 "Beproeving van verhard beton - Deel 6: Splijttreksterkte van proefstukken".

Fotoalbum

Deze producten maken gebruik van de Splijttreksterkte