Bepaling van de hechtsterkte geschiedt om te bepalen of de aangebrachte materialen voldoen aan de vooraf gestelde eisen.

Bepaling van de hechtsterkte geschiedt om te bepalen of de aangebrachte materialen voldoen aan de vooraf gestelde eisen. Het verdient aanbeveling voorafgaand aan het aanbrengen, na sanering, de ondergrond te beproeven op potentiële hechtsterkte:

  • Om te voorkomen dat achteraf wordt geconstateerd dat de ondergrond de beperkende factor is.
  • Om voorafgaand aan het uit voeren van de reparatie nog aanvullende saneringsmaatregelen te kunnen nemen zodat de ondergrond alsnog voldoet aan de gestelde eisen (of aan te tonen dat er aan de ondergrond slechts een beperkte eis kan worden gesteld).

Het bepalen van de hechtsterkte geschiedt conform CUR-Aanbeveling 20 ‘Bepaling van de hechtsterkte van mortels op beton’. Uitvoering geschiedt met behulp van dolly’s ø 50 mm en een hechtsterkteapparaat dat de hechting weergeeft in kN of N/mm2.

Andere aanverwante normen zijn:

  • NEN-EN 1542 (1999) Producten en systemen voor de bescherming en reparatie van betonconstructies - Beproevingsmethoden - Bepaling van de hechtsterkte door middel van de afbreekproef.
  • CUR-Aanbeveling 118 ‘Specialistische instandhoudingstechnieken - repareren van beton’.

Deze producten maken gebruik van de (Potentiële) hechtsterkte reparaties