Bepaling van de hechtsterkte geschiedt om te bepalen of de aangebrachte materialen voldoen aan de vooraf gestelde eisen. Het bepalen van de hechtsterkte geschiedt conform NEN-EN-ISO 4624.

Bepaling van de hechtsterkte geschiedt om te bepalen of de aangebrachte materialen voldoen aan de vooraf gestelde eisen. Het verdient aanbeveling voorafgaand aan het aanbrengen, na sanering, de ondergrond te beproeven op potentiële hechtsterkte:

  • Om te voorkomen dat achteraf wordt geconstateerd dat de ondergrond de beperkende factor is.
  • Om voorafgaand aan het uit voeren van de coatingwerkzaamheden nog aanvullende saneringsmaatregelen te kunnen nemen zodat de ondergrond alsnog voldoet aan de gestelde eisen (of aan te tonen dat er aan de ondergrond slechts een beperkte eis kan worden gesteld).

Het bepalen van de hechtsterkte geschiedt conform NEN-EN-ISO 4624: Verven en vernissen – lostrekproef voor de bepaling van de hechting. Uitvoering geschiedt met behulp van dolly’s ø 20 mm en een hechtsterkteapparaat dat de hechting weergeeft in kN of N/mm2. Ook kan voor controle gebruik worden gemaakt van NEN-EN-ISO 2409: Verven en vernissen – ruitjesproef.

De methode zoals beschreven in CUR-Aanbeveling 20 ‘Bepaling van de hechtsterkte van mortels op beton’ wordt ook regelmatig toegepast op aangebrachte coatings. Dan wordt echter gebruik gemaakt van dolly’s ø 50 mm.

 

 

Deze producten maken gebruik van de (Potentiële) hechtsterkte coating