Een veel voorkomende oorzaak van schade aan metselwerk en afwerklagen is de aanwezigheid van wateroplosbare zouten. Indien in voldoende concentratie aanwezig kunnen deze zouten schade veroorzaken aan poreuze bouwmaterialen.

De bij kristal­lisatie en hydratatie optredende spanningen kunnen de poriën­structuur van het metselwerk verwoes­ten. De grensconcen­tratie is proefondervindelijk door ons gesteld op 50 mmol zout per kg monster. Is er minder zout aanwezig, dan treedt er normaal geen schade op. Een vooron­derzoek, dat snel de globale concentratie aan wateroplos­bare zouten aangeeft, wordt gedaan met behulp van de geleidbaar­heidsmethode.

Tussen de elektrische geleidbaarheid van zouten in een waterige oplossing en de concentraties van deze zouten bestaat een relatie. Van de zouten die vaak in metselwerk voorkomen, is de geleid­baarheid bepaald. Deze zouten zijn chloriden, sulfaten en nitraten van kalium, natrium, calcium en magnesium. 5 mmol per liter van het slec­htst geleidende zout heeft een geleidbaarheid van circa 500 µS/cm, het best geleidende zout heeft bij deze concentratie een geleidbaarheid van circa 1100 µS/cm.

De monsters metselwerk worden vermalen en in gedestilleerd water gebracht. De zouten uit dit metselwerk lossen op. Een geleidbaarheid tussen de 500 en 1100 µS/cm is het grensgebied en beneden de 500 µS/cm is het metselwerk als niet zoutbelast te beschouwen Wanneer een monster in gedestil­leerd water een geleidbaarheid vertoont groter dan 1100 µS/cm, dan is er te veel zout aanwezig. Een nader onderzoek naar de samenstelling van de oplosbare zouten is in dit geval aan te bevelen. Ook een dergelijk onderzoek kan door het Nebest laboratorium worden uitgevoerd.

Fotoalbum