Houten funderingen worden vaak onderzocht om de (bacteriologische) aantasting van de houten delen te kunnen bepalen. Dit wordt veelal uitgevoerd om een uitspraak te doen over (rest)levensduur of constructieve veiligheid.

Houten materialen zijn onderhevig aan bacteriële degradatie. Zo zijn houten funderingen de afgelopen tijd veelvuldig negatief in het nieuws geweest doordat de houten delen jarenlang in stilte (en buiten het zicht) ernstig gedegradeerd zijn, met in het ergste geval, bezwijking van de constructie als gevolg. Nebest Duikinspectie voert zeer regelmatig funderingsonderzoeken uit. Deze onderzoeken bestaan uit het bepalen van de geometrie van de constructie, het achterhalen van de toegepaste materialen en het materiaalonderzoek.

Het materiaalonderzoek bestaat vaak uit het uitvoeren van indringingsmetingen en houtmonstername en analyse daarvan in het labotratorium. De indringingsmetingen aan het funderingshout worden uitgevoerd volgens de F3O/SBRCURnet - Richtlijn houten funderingen onder gebouwen, Delft oktober 2016. Voorgeschreven staat dat met een indringingsmeter in het hout geschoten wordt, waarbij de diepte van de indringing een indicatie geeft van de aantasting van de buitenste schil van het onderzochte hout. De houtmonsters worden onderzocht op houtsoort en soort aantasting en de druksterkte wordt geschat. De soort en mate van aantasting zijn bepaald door aangekleurde coupes (dikte circa 0,02 mm) te beoordelen onder een lichtmicroscoop. De druksterkte wordt bepaald op basis van de gelegde relatie met het natte en droge gewicht van het hout. Het onderzoek aan de houten paalfunderingen wordt uitgevoerd conform § 3. van de Leidraad ‘Beoordeling funderen houten paalfundering’.

Deze houtonderzoeken worden veelvuldig uitgevoerd onder kades, bruggen, gebouwen enzeovoorts.

Fotoalbum

Deze producten maken gebruik van de Houtonderzoek