Hardheidstesten met draagbare apparatuur worden toegepast als onderdelen moeten worden getest tijdens bedrijfsomstandigheden. Veel hardheidsmetingen worden uitgevoerd om te controleren of de juiste warmtebehandeling is toegepast, of dat lasverbindingen voldoen aan gestelde hardheidseisen.

De Equotip-test werkt volgens het dynamic rebound principe.  In de probe zit een hamerlichaam dat op het oppervlak van het proefstuk slaat (met een bepaalde hoeveelheid energie). De hoogte van de terugslag wordt gemeten en is een maat voor de elasticiteit van het materiaal en dus ook de hardheid.  

De Leeb-hardheidsmeting maakt gebruik van het dynamic rebound principe en heeft geen schaal. Er zijn conversietabellen beschikbaar voor verschillende staalsoorten om op basis van de gemeten hardheid de Vickershardheid (HV) of Brinellhardheid (HB) te bepalen.

Ook kan een relatie worden gelegd tussen de treksterkte van staal met de hardheid. Dit gebruiken wij om een goede inschatting te maken van het toegepaste type betonstaal of constructiestaal voor een herberekening. Op basis van de verwachte treksterkte kan worden bepaald of het bijvoorbeeld gaat om betonstaal QR24 of QR40 of constructiestaal S235 of S355. Het doel is om destructief onderzoek te beperken of overbodig te maken. 

Momenteel hebben wij bij brug 134 met stichtingsjaar 1940 in Den Haag hardheidsmetingen uitgevoerd in het veld aan de onderzijde van de stalen flenzen van DIN 36 profielen. Op verzoek van de gemeente Den Haag zijn voorts drie monsters uitgenomen om een fysieke trekproef uit te voeren om de vloeigrens en treksterkte te bepalen. In het laboratorium in Mijdrecht is een serie metingen verricht op de uitgenomen monsters.