Enige jaren geleden is vanuit RWS een 100-jarige levensduureis gesteld voor nieuw te bouwen kunstwerken. Om een kunstwerk zo’n lange periode, bij voorkeur schadevrij, instant te kunnen houden wordt er naast aandacht voor de wapeningsdekking ook gekeken naar invloeden van buitenaf, die de levensduur kunnen beïnvloeden. Indringing van chloride is één van deze invloeden. Om die reden wordt onderzocht hoe makkelijk chloriden een bepaald betontype kunnen indringen.

Voor betonconstructies is vooral chloridediffusie van belang omdat chloriden in beton corrosie van het wapeningsstaal kunnen veroorzaken. In bijvoorbeeld een zeewatermilieu of bij gebruik van dooizouten is de chlorideconcentratie aan het betonoppervlak groter dan inwendig (of ter plaatse van de wapening) en zullen de chloride-ionen het beton willen indringen. De snelheid waarmee chloriden in beton dringen, wordt uitgedrukt in de chloride-diffusiecoëfficiënt.

Diffusie is een proces ten gevolge van de willekeurige verplaatsing van deeltjes als gevolg van de kinetische energie die deze deeltjes bezitten. Bij verschillen in concentratie leidt diffusie tot een verplaatsing van een plaats met een hoge concentratie naar een plaats met een lagere concentratie.

Om praktische redenen wordt steeds vaker een versnelde proef toegepast. Hierbij worden per serie drie betonschijven voorzien van een rubbermanchet en geplaatst in een zoutbad. De manchet wordt gevuld met natronloog. Door op deze opstelling een elektrisch spanningsverschil aan te brengen, worden het transport van de chloriden-ionen door de betonschijven (diffusie) versneld, de chloriden migratie.

Na afloop worden de drie betonkernen gespleten. Door het breukoppervlak te besproeien met zilvernitraat ontstaat een lichte verkleuring waar chloridenindringing heeft plaats gevonden. De mate van indringing wordt ingemeten en verwerkt in een rapportage, waaruit de D-waarde wordt herleid.

De diffusiecoëfficiënt wordt afgekort als D en heeft als eenheid m².s-¹(= m²/s).

Fotoalbum