Voor de herberekening van bestaande betonconstructies, zoals brugdekken en landhoofden, is de afschuifsterkte van belang. De afschuifsterkte is de kracht die nodig is om twee materialen langs elkaar te laten schuiven. Ook voor het rekenen aan metselwerk van bijvoorbeeld kademuren of lijmverbindingen van bijvoorbeeld glaspanelen in stalen frames is de afschuifsterkte van belang.

De afschuifschuifsterkte kan op meerdere manieren worden bepaald. Voor metselwerk kan een baksteen tussen andere stenen uit worden geduwd, al of niet onder een voordruk. Dit laatste geeft inzicht in de invloed van de bovengelegen constructie (gewicht) op de afschuifkracht.

Voor lijmverbindingen fixeren we één deel van het proefstuk om het andere deel los te trekken. De twee materialen schuiven dan onderling af.

Het bepalen van de afschuifsterkte gebeurt conform de NEN-EN 1052-3: 2002 “Beproevingsmethoden voor metselwerk - Deel 3: Bepaling van de initiële afschuifsterkte” en de NEN-EN 1996-1-1:2006+A1:2013 nl Eurocode 6 - “Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 1-1: Algemene regels voor constructies van gewapend en ongewapend metselwerk”.

Fotoalbum

Deze producten maken gebruik van de Afschuifsterkte