18 augustus 2021

Dat het er in het verleden anders aan toe ging in de bouw dan vandaag de dag, is alom bekend. We hebben in de bouwsector bijvoorbeeld een grote ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van duurzaam bouwen. Ook de brandveiligheid van moderne gebouwen is betrouwbaarder geworden door de toepassing van onderbouwde detaillering en nieuwe bouwmethoden. In de tussenliggende periode (pakweg vanaf 1980 ) heeft men echter niet stilgezeten. Oude gebouwen zijn gerenoveerd om de technische levensduur te verlengen en om tegemoet te komen aan nieuwe woonwensen. Het waren destijds vast noodzakelijke ingrepen, maar doordat we toen anders bouwden en weinig vastlegden, is er nu vaak sprake van onduidelijkheid. Want hoe hebben ze dat toch destijds precies aangepast? En voldoet dat dan nog aan bijvoorbeeld de brandveiligheidseisen van vandaag?

Slechte staat brandscheiding destructief onderzoek brandveiligheid renovatie

Destructief onderzoek

Renovaties uit het verleden zorgen er vaak voor dat originele bouwtekeningen niet meer de realiteit weerspiegelen en dat alleen met destructief onderzoek duidelijk kan worden gemaakt hoe zaken echt in elkaar steken.  Dat maakt dat onderzoek nuttig werk is waarbij men echter wel regelmatig voor (onplezierige) verrassingen komt te staan.  Zo zijn aansluitingen van woningscheidende wanden op het dakbeschot van geschakelde woningen tegenwoordig een vereiste om de brandoverslag te borgen. Sinds de branden in rijtjeswoningen in Hoofddorp en Zaandam (2008), waarbij het vuur binnen korte tijd doorsloeg naar de naastgelegen woningen, is men zich daar beter van bewust en heeft de overheid daarom zelfs een handreiking voor brandveilige aanpassingen van woningscheidende constructies uitgegeven. Op begaanbare zolders zijn deze aansluitingen vaak nog wel te zien, maar als ze zijn weggewerkt achter verlaagde plafonds of onder (bij renovatie aangebrachte) houten terrasvloeren is er geen uitspraak over te doen zonder het plafond of dak open te maken.

Zagen, zagen, zagen

Toch zet je niet zomaar de zaag in een plafond, vloer of het buitenterras van een bewoonde woning. Het zorgt al snel voor veel ‘gedoe’ en levert klachten van bewoners op. Desalniettemin kunnen de bevindingen van zo’n destructief onderzoek veel voordeel opleveren voor diezelfde bewoners in het kader van veiligheid (en daaraan gekoppeld de luchtdichtheid, energiezuinigheid en hinder door geur- en geluidsoverlast). Wanneer namelijk blijkt, zoals bij een van onze recente onderzoeken het geval was, dat er sprake is van open verbindingen tussen woningen, kunnen vuur en rook (evenals warmte, geluid en stank) eenvoudig van de ene naar de andere woning uitbreiden cq. overstromen.  Je hebt dan te maken met een onwenselijke, maar ook onwettige, situatie die zal moeten worden aangepast om de veiligheid van bewoners te kunnen borgen.


Een veelsnijdend mes

Ondanks dat de noodzakelijk aanpassing van openingen in woningscheidende wanden boven plafonds ook veel ‘gedoe’ met zich mee zal brengen, gaat dit dus wel wat opleveren. Ten eerste zal een eventuele brand hierdoor beter beheersbaar (in het subbrandcompartiment) blijven. De eigenaar van de woningen is wettelijk aansprakelijk bij calamiteiten en met het uitvoeren van deze aanpassingen neemt hij daarmee zijn verantwoordelijkheid. Daarnaast verbetert ook het wooncomfort in de woning doordat ongewenste luchtstromen (geur en geluid) tussen woningen worden weggenomen. Tegelijkertijd levert de aanpassing ook een zekere energiebesparing op doordat de ketel alleen nog maar stookt voor de betreffende woning zelf. Zo werken aanpassingen in het kader van brandveiligheid ook nog eens als verduurzamingsmaatregelen en snijdt het mes aan vele kanten tegelijk.

Lesly Ignatius

Fotoalbum