6 mei 2021

Het blijft lastige materie om een oude puiconstructie in een bestaand pand te beoordelen op zijn brandwerendheid. Niet alleen omdat er vaak geen informatie is over de betreffende pui (laat staan testresultaten), maar ook omdat er veel zaken zijn die effect hebben op de brandwerendheid van zo’n pui. De deuren spelen een rol, het glas, maar ook de vlakvulling in borstweringen. Daarbij is het vaak ook niet in één oogopslag duidelijk wat de toegepaste materialen zijn en hoe de detaillering is uitgevoerd. Te allen tijde dien je als inspecteur je gezonde verstand te blijven gebruiken. Als het er niet betrouwbaar uitziet en het is niet aantoonbaar brandveilig, dan maar beter laten vervangen. De ketting is immer zo sterk als zijn zwakste schakel.

puien brandwerendheid richtlijn constructies

Nieuwe richtlijn

Wat ook helpt bij de duiding van de brandveiligheid is de nieuwe “Richtlijn voor beoordeling mate van brandwerendheid bestaande puiconstructies” die het Rijksvastgoedbedrijf dit jaar heeft gepubliceerd. Ondanks dat de richtlijn uitsluitend een privaatrechtelijke betekenis heeft en nadrukkelijk geen publieksrechtelijke, biedt dit stuk wel houvast bij het duiden van brandveiligheid van bestaande puien en wordt gelegenheid geboden om met bevoegd gezag tot consensus te komen over niet standaard situaties.

Zwakke schakels, de aanslag

In de genoemde richtlijn staan een heel aantal nuttige criteria voor een beoordeling. We weten bijvoorbeeld dat een kozijn een bepaalde sponningdiepte moet hebben om 30 minuten brandwerendheid te kunnen bieden, maar waar het echt om gaat is de aanslag van de deur in die sponning. Als de aanslag onvoldoende is, ondanks dat de sponning wellicht voldoende diep is, zal er toch (op praktische wijze) een lastige aanpassing gedaan moeten worden om de brandwering te kunnen borgen.

Zwakke schakels, de naden

Naden rondom deuren in brandwerende puien zijn ook zo’n criterium. Die mogen maar een bepaalde maximale breedte hebben. Dit is gemakkelijk na te meten in het werk, maar let er daarbij ook eens op dat de deur niet krom is (voor een volledige aanslag) en dat de vloer onder de deur (ook in geopende stand) vlak en strak is. Als dat laatste namelijk niet zo is, kan het voorkomen dat de naad onder de deur wordt aangepast naar de maximale naadbreedte maar dat de deur bij openen vastloopt en (erger nog) open blijft staan bij brand. Is een dergelijk geval zal een valdorpel of een stofdorpel moeten worden toegepast. Het een heeft grote kostenconsequenties, het ander nadelige gevolgen voor de bruikbaarheid. Wat zullen we eens adviseren?

Zwakke schakels, de glaslatten

Ook de dikte en de houtsoort waar glaslatten van zijn gemaakt heeft invloed op de brandwerendheid van een pui en vormen daarom criteria die moeten worden beoordeeld. De inbrandsnelheid is namelijk afhankelijk van de soortelijke massa van het hout. Met andere woorden; hoe dunner/lichter het hout, hoe sneller de glaslat wegbrand, hoe minder (lang) een glaspui bestand is tegen brand. Een brandwerende ruit zal immers uit het kozijn vallen als de glaslat is weggebrand. Dikkere glaslatten kunnen vervolgens weer onaantrekkelijke esthetische effecten hebben ten gevolge van verschil in houthoogte aan de twee zijden van het glas. Iets om vooraf helder over te communiceren met de eigenaar/gebruiker.

Praktisch doch rechtlijnig

Uit de slechts enkele hierboven genoemde punten blijkt dat het dus geen zaak is van simpelweg stroomschema’s of tabellen volgen bij beoordeling. Kosten, bruikbaarheid en maakbaarheid spelen eveneens een belangrijke rol. Deze aspecten mogen alleen nooit een reden zijn om af te doen aan het doel van de exercitie; een bestaande pui beoordelen op zijn niveau van brandveiligheid en de noodzakelijke aanpassingen adviseren. Uiteindelijk gaat het erom een situatie te creëren waarbij iedereen veilig een gebouw uit kan komen bij een calamiteit. Met andere woorden; praktisch denken: ja, gezond verstand: ja, concessies brandwerendheid: NEE.

Lesly Ignatius

Fotoalbum