30 juli 2020

Bij inspecties van oudere gebouwen komen we het met enige regelmaat tegen. Daken van glas, lichtstraten en lichtkoepels. Dit is destijds vaak toegepast om de ruimte eronder de juiste beleving te geven voor gebruikers. Daglicht is immers een belangrijke factor om een prettige (werk)ruimte te creëren. In het verleden werden daken van glas veelvuldig uitgevoerd met draadglas. Vroeger werd draadglas als veiligheidsglas gezien, maar met de huidige normen kunnen we dat niet meer zo stellen. Moeten we nu al het draadglas in glazen daken en dakelementen direct vervangen? En zo niet, is het wel verstandig om dat niet te doen?

glas dak daglicht eisen veiligheid beglazing NEN Bouwbesluit

Veiligheidsglas?

Bij draadglas bestaat het risico op een ernstige verwonding als het breekt en er dientengevolge een opening in de ruit ontstaat en glas naar beneden valt. Dit vormt voor zowel degene die op het glas valt als voor degene die er onderdoor loopt een risico. In het kader van persoonlijke veiligheid wordt draadglas daarom niet meer geschikt geacht. Bij niet verticaal geplaatst glas (waar onderdoor wordt gelopen en er dientengevolge het risico aanwezig is op vallend glas) stellen de huidige normen veiligheidseisen aan nieuw te plaatsen beglazing. Het betreft hier eisen aangaande voldoende gelaagd veiligheidsglas. Bestaand, ongewijzigd (draad)glas hoeft niet te voldoen aan deze eisen. Bestaand draadglas dat wordt vervangen, omdat het bijvoorbeeld gebreken vertoont of niet meer voldoende functioneert (denk aan brandveiligheid), moet wel worden vervangen door voldoende veilige beglazing (indien de toepassing hierom vraagt).

Wettelijk kader

Omdat de Eurocode NEN-EN 1990 door het Bouwbesluit 2012 is aangewezen, is ook het voldoen aan het betrouwbaarheidsniveau voor letsel een wettelijke verplichting geworden. In de NEN 2608 “Vlakglas voor gebouwen – Eisen en bepalingsmethoden”, die door het Bouwbesluit 2012 is aangewezen, wordt voor de betrouwbaarheid van verticaal geplaatst glas verwezen naar NEN 3569. In deze NEN 3569 “Vlakglas voor gebouwen – Risicobeperking van lichamelijk letsel door brekend en vallend glas-Eisen” is omschreven hoe letsel kan worden voorkomen bij het toepassen van vlakglas. Zodoende kan er worden aangetoond dat wordt voldaan aan de betrouwbaarheidseisen van het Bouwbesluit 2012.

Als het misgaat

Bij overtreding van de NEN 3569 kan aansprakelijkheid voor de gebouweigenaar worden vastgesteld met een beroep op onder andere de Woningwet. In de Woningwet Artikel 1a lid 1 wordt namelijk gesteld: "De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt."  Bij een onverhoopte calamiteit met het onveilige glas in het dak is de eigenaar dus direct aansprakelijk.

Handelen of niet handelen

De vraag die gebouweigenaren ons stellen in deze gevallen is; handelen of niet handelen? Indien het draadglas in het dak geen gebreken vertoont is vervanging technisch niet direct noodzakelijk. Men kan dan in ieder geval de vervanging van deze ruiten meenemen in de MJOP. Zodoende kun je je voorbereiden op de kosten bij vervanging, maar het risico op aansprakelijkheid bij een calamiteit blijft. Wanneer de beglazing (en/of glasvattingen) al gebreken vertonen moet men wel tot directe actie overgaan. Duidelijkheid over de situatie, noodzaak tot handelen, tijdelijke maatregelen en opties bij vervanging kunnen alleen inzichtelijk worden gemaakt door middel van een dakinspectie. Enige vorm van handelen is dus eigenlijk altijd noodzakelijk in deze gevallen. Check je dak!

Lesly Ignatius

Fotoalbum