8 mei 2015

In maart 1999 was de bouw van de Westerscheldetunnel in volle gang. Projectleider Wim van de Linde van Rijkswaterstaat keek toen al vooruit. Hij was 58 jaar en antwoordde op de vraag wat hij ging doen na de ingebruikname van de tunnel: „Ach ja, ik kan dan nog wel een tijdje mee natuurlijk. Laten we zeggen dat ik de aanleg van de tunnel bij Sluiskil als een mooie nieuwe uitdaging zie.”

Van de Linde is inmiddels gepensioneerd en bijna klaar met die ’nieuwe uitdaging’. Hij was door BV Kanaalkruising Sluiskil ingehuurd als manager techniek en in die functie verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering. 

De projectleider kwam er veel oude bekenden tegen, want de tunnelbouwwereld is klein. „Dat is prima want het is vertrouwd. En vergeet niet: het is allemaal mensenwerk, een samenspel, teamwork. Het moet klikken. Het is dus heel goed dat je een mix hebt van mensen met ervaring en mensen die willen leren.”
Hij werkte decennialang bij Rijkswaterstaat, bouwde mee aan de stormvloedkering, was betrokken bij de bouw van de Vlaketunnel, de Drechttunnel, de Kiltunnel, de tweede Heinenoordtunnel, de Hubertustunnel en - zonder meer het hoogtepunt - de Westerscheldetunnel. Daar was Van de Linde projectleider Uitvoering. 

Toen de bouw van de Sluiskiltunnel nog maar net was begonnen, haalde hij de wijze woorden van een vroegere baas aan: „Als je de grond in gaat, begint het gedonder. Je weet nooit wat je ondergronds tegenkomt.” Dat viel mee, zegt hij nu terugblikkend, dankzij de goede voorbereidingen bij de tunnel onder het Kanaal Gent-Terneuzen. Al was het ook voor de Duitse routiniers niet ’zomaar een boorklusje voor een tunnel van nauwelijks een kilometer lang’.
Want ieder boorproces is anders, alleen al door de samenstelling van de bodem. ,,Maar dankzij de ervaringen met het boren van de Westerschelde konden we ernstige vertraging door herstel van het snijrad voorkomen. Net als bij de ’grote’ tunnel verboog het schild onder de druk van de bodem. Het herstel vergde destijds drie maanden, nu dankzij maatregelen vooraf maar anderhalve dag. Uit nader onderzoek bleek dat de bodem in deze hoek van Europa een slechte plek is voor boortunnels. Je zit door de lagen zand, Boomse klei en glauconiethoudend zand. We hebben de problemen verholpen door twee extra snijtanden aan te brengen, waardoor meer ruimte ontstond en de druk op het schild afnam. We hadden die spullen in voorraad; die lagen klaar.”

Ook andere risico’s werden op voorhand al onderkend en konden zo - zij het soms op het nippertje - worden voorkomen.
Van de Linde roemt de korte lijnen tussen de opdrachtgever (BV KKS) en de aannemerscombinatie. „Dat heeft hier zeker heel positief gewerkt. Er werd naar elkaar geluisterd. Je ziet vaak dat de opdrachtgever mijlenver afstaat van de eigenlijke bouw. Dat leidt vroeg of laat ontegenzeggelijk tot problemen. Hier gebeurde dat niet. We streefden naar kwaliteit én veiligheid. Dat doel hebben we bereikt. Samen!”
Van de Linde is nu 68 en gaat nog even door. Hij deed de kosten-batenanalyse van de Femern Belt-tunnel tussen Duitsland en Denemarken, bekeek het ontwerp van twee boortunnels op Sumatra en werkt nu mee aan het ontwerp voor de Marinekazerne in Vlissingen. Lekker dicht bij huis.

- Een tunnelring, bewerkt door kunstenaar Jan van der Ploeg , markeert verkeersknooppunt ’t Koeischorre.

Opening met 600 genodigden

SLUISKIL – De opening van de Sluiskiltunnel door koning  Willem-Alexander op dinsdag 19 mei wordt bijgewoond door 600 genodigden. Heel bestuurlijk Zeeland is van de partij.
Het openingsprogramma begint om 11.00 uur met de ontvangst. Om 12.00 uur komt het koningspaar, dat die dag ook een werkbezoek brengt aan Zeeuws-Vlaanderen, aan bij de tunnel. Na de verwelkoming volgt de officiële opening.